Maandag, vandaag is Valentijn een week oud. Sven en ik waren ’s ochtends weer naar de Intensive Care gegaan. Op de IC namen we allebei plaats aan één kant van het bedje van Valentijn. Het was negen uur. Valentijn kreeg een echo van zijn hoofd en zijn nieren. Er werd gekeken of de drain goed functioneerde en naar de reflux aan de nieren. De drain functioneerde goed, zijn rechter niertje was verwijd. Dit is gebeurd tijdens de zwangerschap. Doordat er urine terug loopt naar de nieren ontstaat deze verwijding. Tijdens de echo kwamen er steeds meer artsen de IC op om Valentijn te onderzoeken. Ze stonden in een rij. De rij artsen kwam tot aan de deur. Negen artsen stonden erin de rij. Dan had ik het nog niet eens over de verpleegkundige die daar rond liepen. Het was behoorlijk druk. Het leek wel een receptie zo druk. Ik was er ook van onder de indruk dat zoveel artsen en verpleegkundige voor Valentijn kwamen.
Terwijl iedereen stond te wachten kwam de vrouwelijke neurologe binnen lopen waar wij een gesprek mee hadden tijdens de zwangerschap. Tijdens dat gesprek vertelde zij over de toekomst van Valentijn. Zij stelde zich tijdens het gesprek heel zakelijk op. Het leek wel of ze geen gevoel had. Door haar houding tijdens dat gesprek was ik bang van haar geworden. Ze liep op ons af en stond bij het voeteneind van het bedje van Valentijn. Ze boog over hem heen en zei: “Aahh wat een mooi mannetje, welkom op de wereld.” En ze aaide over zijn wang. Ik schrok. Haar houding was nu het tegenovergestelde van wat ze toen liet zien. Sven en ik keken elkaar verbaasd aan. De vrouwelijke neurologe gaf mij een hand en feliciteerde mij en daarna Sven. “Jullie hebben een prachtige zoon, nogmaals gefeliciteerd”. Ik bedankte de neurologe. Ik was in de war, zij had dus wél een hart én zij heeft gevoel.
De ‘heilige zes dagen’ na de rugoperatie waren voorbij. De neurochirurg noemde deze dagen zo. Hij mocht namelijk zes dagen lang, na de rugoperatie niet op zijn rug liggen om de wond te ontlasten en het verband moest erop blijven. Maar omdat deze “heilige” dagen voorbij waren mocht het verband eraf en mocht hij weer op zijn rug liggen.

De neurochirurg die Valentijn had geopereerd en de coördinator stonden bij het bedje van Valentijn. De neurochirurg merkte zijn drain op waarop de coördinator antwoordde: “Ja ze hebben een heel heftig en druk weekend gehad.” Ik slikte en kneep mijn ogen dicht om de tranen weg te drukken. Haar beknopte samenvatting klopte precies. De coördinator had speciale doekjes bij haar. Die doekjes zorgde ervoor dat de pleisters op zijn rug er makkelijker afgingen. Het deed de lijm van de pleisters oplossen. Ik keek gespannen naar de rug van Valentijn. Ook al zeiden de artsen dan zijn litteken een plaatje was, toch was ik gespannen. De pleister was eraf en het “kussentje” van verband werd verwijderd. Daar lag mijn kind, op zijn buikje. Dit beeld staat op mijn netvlies gebrand net zoals de heftige beelden van de spoedoperatie. Zijn rug was rood van de pleister die verwijderd was, vier dunne pleisters lagen over de breedte van de rug over de hechting heen. De hechting was 10 cm lang ongeveer en die loopt recht over de ruggengraat. Tijdens de zwangerschap had ik meerdere foto’s gezien van littekens van de open rug. En door die foto’s snapte ik ook waarom de artsen dit een “plaatje” noemden.
Hij zag er vreselijk toegetakeld uit. Zijn linkerhandje was niet te zien door de infusen. Op zijn rug zaten de plakkers en de draadjes van de monitoren en zijn rug litteken. De twee hoofdwonden vanwege zijn drain waren nog vers. Eén week oud, en er zo toegetakeld uitzien. Ik had er vreselijk moeite mee. Kon ik maar voor hem daar liggen. Kon ik maar iets van hem overnemen. Het enige wat ik kon doen was hem kriebelen en knuffelen terwijl hij in zijn bedje lag. Zachtjes liedjes zingen, eindeloos veel kusjes geven en vooral laten merken dat ik er ben en dat ik zijn moeder ben. Dat ik altijd aan zijn zijde sta. Dat ik onvoorwaardelijk van hem houd. Hij is nog zo klein, zo kwetsbaar. Dit is écht niet het beeld wat je hebt bij een pasgeboren baby, verre van!
Nadat alle artsen hem hadden gecontroleerd en hadden onderzocht werd ons verteld dat hij weer terug mocht naar de kinderafdeling. Om 11 uur zou Valentijn terug mogen maar uiteindelijk werd dat 2 uur ’s middags. Geloof mij, die drie uur duurde eeuwen. Tijdens het wachten ben ik samen met Sven heel even naar buiten gegaan. Ik was immers al een week niet meer buiten geweest en die frisse lucht was heerlijk.
Voor tweeën maakte de zusters hem klaar voor transport. In hetzelfde bedje waarin Valentijn werd vervoerd toen wij voor spoed naar de OK moesten daar kwam hij nu ook in te liggen. Ik was ontzettend blij dat hij weer op mijn kamer mocht liggen. Samen met de zuster reden wij het bedje naar de kinderafdeling, Sven liep mee. Op de gang van de kinderafdeling kwam ik de zuster tegen die de dag van de spoedoperatie had gezegd dat ik moest leren vertrouwen op Valentijn, omdat er niks was. Het enige wat zij zei was: “Toch wel hé.” Ik was inderdaad de enige die de hele dag zei dat het niet goed ging met Valentijn, dacht ik. “Ja”, antwoordde ik kortaf terug naar de zuster en ik liep snel door. Meer kon ik niet zeggen omdat ik boos was op haar.
Eindelijk, omdat de “zes heilige dagen” voorbij waren mochten wij Valentijn gewoon vasthouden. Zoals elke kersverse ouder dit deed bij zijn pasgeboren baby. Sven had heel lang met Valentijn gezeten en aan zijn gezicht kon je zien dat hij écht aan het genieten was. Ik vond het heerlijk dat hij gewoon op mijn borst kon liggen of lekker kon liggen in mijn armen. Ik was zó blij dat ik hem nu gewoon kon oppakken als hij huilde of omdat ik er gewoon zin in had. Ik vond dat zo moeilijk de afgelopen dagen dat ik hem niet gewoon kon pakken. Je hebt je kind negen maanden lang in je buik gehad en als jij je kind niet mag oppakken en vasthouden dat is vreselijk moeilijk.
De coördinator kwam ons uitleggen hoe wij moeten gaan katheteriseren. We oefenden zonder Valentijn. Het is een soort stappenplan wat je afwerkt. We herhaalden het eindeloos. Als wij dit onder de knie hadden mochten wij de volgende dag het bij Valentijn gaan doen. Wij mochten hem dan zelf katheteriseren. De hele avond oefenden wij met de katheter en de steriele handschoenen. Gezien de werking van zijn blaas en de reflux naar de nieren is katheteriseren erg belangrijk. Het wordt een onderdeel van de dagelijkse verzorging van Valentijn. Zeven keer op een dag moeten wij hem katheteriseren. Overdag mag er maximaal drie uur tussen zitten en ’s nachts maximaal zes uur.
’s Avonds toen wij gingen slapen zette ik het bedje van Valentijn pal naast mijn bed neer. Zo kon ik hem goed in de gaten houden. De piepjes die de monitor gaf vond ik eng. Elke keer schrok ik en zat mijn hart in mijn keel als de monitor afging. Naast mama is Valentijn veilig. Zo dacht ik…
3,314 totaal aantal vertoningen, 3 aantal vertoningen vandaag